3 Bij een scheiding, wie beslist er waarover, als het over de kinderen gaat ?

De twee ouders, zij alleen, hebben het gezamenlijk ouderlijk gezag. Dat betekent dat ze overeenstemming moeten bereiken over de organisatie van de huisvesting van de kinderen en alle belangrijke beslissingen die bijvoorbeeld hun gezondheid aangaan, hun opvoeding, hun studies, vrije tijd, de religieuze of filosofische oriëntatie.

Zelfs wanneer een kind exclusief bij één ouder woont, behoudt de andere ouder mee het ouderlijk gezag.  Dat geldt voor alle kinderen, of hun ouders nu getrouwd zijn of niet en wat ook de evolutie van hun onderlinge relatie mag zijn.  Het ouderlijk gezag is gebaseerd op afstamming en niet op het juridisch statuut van de ouders of de organisatie van hun privé-leven. 

In uitzonderlijke gevallen kan de rechter het ouderlijk gezag geheel of gedeeltelijk aan één ouder toekennen. Dit kan enkel in het belang van het kind bv. als er een risico bestaat dat het kind nadeel lijdt of er moet worden bewezen dat één van de ouders al lang geen enkele interesse meer vertoont in zijn/haar zoon of dochter.

Wanneer het ouderlijk gezag gedeeltelijk aan één ouder wordt toegekend, krijgt hij/zij de macht om in bepaalde welomschreven materies (bijvoorbeeld schoolkeuze) alleen een beslissing te nemen.

Vader en moeder zijn alleen die personen die als dusdanig door de wet erkend zijn.  Stiefouders bijvoorbeeld hebben geen ouderlijk gezag.